Bart Van Langendonck: “Bullhead gaf me een identiteit als producent"

by Greet Ramaekers April 24, 2020
Belgian director Bart Van Langendonck

maarten vanden abeele

Bart Van Langendonck (57) geboren te Brussel, is een van de meest succesvolle Belgische filmproducenten. Met zijn eigen onafhankelijk productiebedrijf Savage Films slaagde hij er als geen ander in om de Belgische filmwereld op de internationale kaart zetten. De grote doorbraak kwam er met Rundskop. In 2011 maakte Van Langendonck deze film met niemand minder dan regisseur Michaël R. Roskam en acteur Matthias Schoenaerts, die dankzij zijn ijzersterke vertolking als Jacky Vanmarsenille een wereldwijde megaster werd. Het Belgische publiek ging massaal naar de cinema en de film werd een ware kaskraker. Ook internationaal scheerde Rundskop hoge toppen met een César en een Oscarnominatie voor “Best Foreign Language Film” in 2012. De film werd maar liefst aan meer dan 20 landen verkocht. Al snel volgden andere successen: D’Ardennen, Le Fidèle, The Land of the Enlightened,… en meer recent De Patrick. Stuk voor stuk sleepten ze heel wat filmprijzen in de wacht. De kracht van de filmprojecten van Savage Film is dat ze gewaagd en controversieel getint zijn. Van Langendonck produceert fictiefilms, dramaseries en documentaires die net zo veelzijdig zijn als hijzelf en échte verhalen brengen. Dealer de eerste langspeelfilm van Jeroen Perceval is momenteel in productie.

2011 was een geweldig jaar voor jou als producer. Rundskop veroverde de Belgische box office en in 2012 mocht je rekenen op een Oscarnominatie voor “Best Foreign Language film”. Wat betekende dit succes voor jou als producent?

Het succes was verrassend, want weinige eerste films kennen een carrière zoals die van Rundskop, en weinige films scoren zowel lokaal aan de kassa als internationaal. Onlangs keken we er met Michaël en Matthias naar terug en we hadden alle drie iets van “wat was dat toen, allemaal, man!”. Het zijn echter vooral de carrières van Matthias en Michaël die onmiddellijk een pijlsnelle vlucht hebben gekend. Ze werden erkend als upcoming talent in Hollywood en kregen contracten aangeboden. Voor mij was het uiteraard een laurel op mijn cv, en het maakte dat ik op heel wat festivals en events werd uitgenodigd om te gaan spreken over het succes van de film.

Heeft zo een Oscarnominatie impact op je werk en leven als producer?

Het succes van de film gaf vertrouwen in mijn productiehuis, zowel vanuit filmfondsen als bij co-producenten of sales agents in binnen- en buitenland. En het succes trok ook talent aan, zowel regisseurs als acteurs die wel met mij in zee wilden gaan, daar waar dat ze voorheen die weg niet gevonden zouden hebben.  Ook binnen het industry-wereldje heeft iedereen ‘m gezien, wat mij een ‘identiteit’ heeft gegeven als producent, zeker ook na het succes van D’Ardennen, als specialist in ‘Flemish Noir'. Je wordt internationaal erkend en een Oscarnominatie blijft een zeer eervolle teken van waardering op langere termijn. Het geeft je een soort van kwaliteitslabel. Uiteraard wordt daardoor de lat ook wel hoog gelegd, en wordt er ergens verwacht dat we nog eens een nominatie binnen zouden halen. Zo waren mijn andere films D’Ardennen en Racer and the Jailbird nadien ook de Belgische Oscarinzending, maar ze konden echter geen nominatie verzilveren. 

Je werkt nog sindsdien nog steeds samen met Michaël Roskam en Matthias Schoenaerts. Hoe verloopt jullie jarenlange samenwerking?

Michaël is partner geworden in mijn productiehuis en produceert zijn Europese projecten met Savage Film als preferentiële partner. Hij wisselt graag US-producties af met een Europese productie. Zou werken we nu samen aan een mini-serie over het leven van Sylvia Kristel, samen met Dimitri Verhulst als scenarist en Sylvia Hoeks in de hoofdrol. 

Matthias switcht ook graag tussen Europese en Amerikaanse projecten. Hij wordt heel veel gevraagd dus is het moeilijker om met hem te blijven werken op vaste basis hier in België, maar af en toe komt het er nog van. Het is voor hem natuurlijk een verscheurende keuze als hij zich engageert op een kleine Belgische film, en een paar maand later een uitnodiging van Terrence Mallick of een andere topregisseur in zijn bus krijgt voor diezelfde periode… 

Het laatste decennium kent België enorm veel succes in de filmwereld, zowel in Hollywood als op prestigieuze filmfestivals is België nu een klinkende naam. Aan wat hebben wij dit succes te danken?

Ik denk dat de ervaring die een aantal regisseurs en scenaristen hebben opgedaan in de laatste twee decennia hebben geholpen om sterkere films te maken. Ook de scholen leveren veel meer sterk talent. Het feit dat Vlaamse regisseurs als Tim Mielants, Felix Van Groeningen of Hans Herbots ook in het buitenland werken, geeft hen ook die internationale ervaring met grotere producties, die we hier niet kunnen aanbieden. Als ze dan terugkomen voor een lokale productie levert dat zijn vruchten af. 

Daarnaast zijn ook de keuzes die de fondsen hebben durven maken door het (h)erkennen van talent en steun te geven aan misschien niet zo voor de hand liggende films, belangrijk geweest.

De Taxshelter en de economische fondsen hebben ook een belangrijke rol gespeeld door meer geld in zowel internationale als lokale producties te pompen. Niet alleen de regisseurs maar ook de crews hebben hierdoor tonnen ervaring en routine opgedaan, waardoor de films beter worden.

Momenteel wordt bijna elk filmfestival afgelast. Hoe belangrijk zijn deze festivals voor filmmakers en entertainmentindustrie peeps?

Zeer belangrijk. De hele industrie organiseert zijn agenda en ook de releases van de meeste films in functie van de A-festivals als Cannes, Toronto, Venetië of Berlijn. Ook lokaal wordt een film doorgaans gelanceerd via een regionaal filmfestival; deze momenten vallen allemaal weg. Een ramp, niet alleen omdat alle films die nu niet door Cannes worden weerhouden in Venetië of Toronto een plaatsje zullen moeten zien te veroveren, maar vooral omdat niemand weet welk festival wél kan doorgaan. 

Er is sprake van dat filmfestivals hun platform zouden digitaliseren. Denk je dat online filmfestivals een voorproefje zijn van wat de toekomst zal worden?

Ook al nemen verschillende filmfestivals online initiatieven, het zal nooit diezelfde ervaring zijn een film te zien in een zaal. De A-festivals zijn ook netwerking events waarbij nieuwe projecten worden gepitcht en gefinancierd, en deze mogelijkheden vallen nu allemaal weg. Ook al komen er online alternatieven om te pitchen of een afgewerkte film aan distributeurs te tonen, de hype en het momentum zijn er niet meer, laat staan de opwinding, de hype en de verwachtingen die geassocieerd worden met een wereldpremière op een belangrijk festival.

Met welke projecten ben jij momenteel bij Savage film bezig?

We zaten net in het midden van de opnames van acteur Jeroen Percevals’ eerste film als regisseur: Dreambaby. Na 18 draaidagen hebben we twee weken geleden de opnames moeten stilleggen en we weten absoluut nog niet wanneer we terug kunnen opstarten. Hopelijk nog voor het eind van het jaar want verschillende hoofdrollen worden door pubers ingevuld en die groeien intussen, waardoor de continuïteit met de scènes die reeds werden gedraaid in gevaar komt. 

Verder leggen we de laatste hand aan de financiering, casting en voorbereiding van Veerle Baetens haar eerste regie-uitdaging met een film gebaseerd op Het Smelt (The Melting), een lokale bestseller van Lize Spit.

Daarnaast dus ook de miniserie over Sylvia Kristel en ontwikkelen we nog een nieuwe documentaire én een eerste langspeler van Pieter-Jan De Pue (resp. Four Brothers en The Other Game), de tweede film van Nathalie Teirlinck en nog enkele andere projecten staan in diverse stadia van ontwikkeling. Tom Barmans’ Engelstalige script Drop Shot zou in deze quarantaineperiode helemaal klaar moeten geraken, waar ik dan mee op financieringsqueeste kan trekken.